Snoer die strenge juf even de mond

Bij het schrijven laten we ons vaak verlammen door de kwaliteit die de uiteindelijke tekst moet hebben. En natuurlijk moet jouw tekst die kwaliteit straks hebben. Maar nu nog even niet. Eerst maar eens werken aan de inhoud, aan een eerste versie.

Was ik maar een literair schrijver, verzucht je. Zo’n Harry Mulisch, die in zijn Amsterdamse grachtenpand aan zijn mahoniehouten schrijftafel ging zitten. Die geïnspireerd zijn vulpen pakte en zonder enige doorhaling de ene na de andere volzin opschreef.

Nou, stel dat romantische beeld meteen maar bij. Ook de meest geoefende schrijver zet zijn meesterwerk niet in een keer op papier. Het punt is dat wij als lezers alleen die perfecte eindversie onder ogen krijgen en niet alle versies die daaraan voorafgingen.

Bedenk dus goed dat herschrijven er nu eenmaal bij hoort. Daar ontkom je gewoon niet aan. Wel is het zo dat als je heel veel schrijft, je steeds minder revisierondes nodig hebt. Maar niemand kan helemaal zonder. En dat is eigenlijk ook niet zo erg.

Het gaat erom dat je die kritische blik pas toestaat als er een eerste versie op papier staat. Geen seconde eerder. En al helemaal niet als je nog moet beginnen met schrijven. Want wat gebeurt er als je naar de knipperende cursor op je scherm zit te staren, wachtend op inspiratie? Dan geef je ruimte aan de strenge juf in je hoofd (bedenk er even een neerbuigende toon bij):

  • “Over dit onderwerp is al zoveel geschreven, wat heb jij daar nog aan toe te voegen?”

  • “Wat een saaie openingszin. Dit wordt niks.”

  • “Dat woord heb je net ook al gebruikt. Verzin eens wat anders.”

Niet bepaald bemoedigend, of wel? Sterker nog: zo’n kritische stem in je hoofd werkt verlammend en contraproductief. Bovendien probeer je nu twee taken te combineren die niet goed samengaan: bedenken wat je wilt schrijven en meteen al bijschaven en corrigeren.

Heb jij ook zo’n strenge juf in je hoofd? Snoer haar de mond. Zet haar op een denkbeeldige stoel, bind haar een theedoek voor en negeer dat mens een poosje. Ga eerst schrijven. Op papier, als mindmap of meteen op je computer, dat maakt niet uit. Schrijf op wat je maar te binnen schiet over jouw onderwerp. Een duidelijke structuur en de juiste bewoordingen komen later wel.

En, heb je inmiddels wat staan? Een eerste versie op papier? Vier een klein feestje, want dit is een belangrijke mijlpaal. Daarna mag je weer aandacht geven aan die strenge juf. Maak de theedoek los en geef haar een rode pen. Tijd voor een kritische blik!